Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Beroepsgronden
Overwegingen van de rechtbank
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het dagelijks bestuur van Baanbrekers om haar bijstandsuitkering over augustus 2020 in te trekken en terug te vorderen vanwege een niet gemelde storting van € 1.050,- op haar bankrekening. Deze storting betrof een lening van haar schoonzoon, die eiseres gebruikte voor haar basiskosten.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak en de Participatiewet ook eenmalig ontvangen bedragen als inkomen kunnen worden aangemerkt als zij worden ingezet voor levensonderhoud. De lening is niet uitgezonderd van het middelenbegrip. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bedrag geen inkomen was, aangezien het daadwerkelijk werd gebruikt voor huur en energiekosten.
Daarom was het besluit van Baanbrekers om de bijstandsuitkering in te trekken en het onverschuldigd betaalde bedrag terug te vorderen terecht. Het beroep is ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering terecht ingetrokken en teruggevorderd.