Uitspraak
19.2268 PW-PV
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 20 juni 2018 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om de intrekking en herziening van bijstand over de periode van 1 augustus 2014 tot en met 30 november 2017. Het college van burgemeester en wethouders van Coevorden had bijstand teruggevorderd tot een bedrag van €22.321,74, omdat betrokkene zijn inlichtingenplicht zou hebben geschonden door niet te melden dat hij handelde in oud ijzer, auto's en dat er stortingen en bijschrijvingen van derden op zijn bankrekening plaatsvonden.
De rechtbank Noord-Nederland had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat zij oordeelde dat de stortingen en bijschrijvingen ten onrechte als inkomen waren aangemerkt. De rechtbank vond dat deze stortingen geen terugkerend of periodiek karakter hadden en daarom niet als inkomen konden worden beschouwd.
Het college ging in hoger beroep tegen dit oordeel. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de stortingen en bijschrijvingen wel als inkomen in de zin van de Participatiewet moeten worden aangemerkt, ook als ze niet periodiek zijn. Betrokkene had aangevoerd dat het om geleende bedragen ging, maar de Raad stelde vast dat geldleningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip. Hierdoor was het college terecht uitgegaan van inkomen.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 20 juni 2018 ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.