Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de akte van [eiser01] met productie 22,
- de antwoordakte van [gedaagde01] .
2.De zaak in het kort
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
buitengerechtelijke incassokosten € 1.590,68
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiser betaling van openstaande facturen voor werkzaamheden verricht op percelen van gedaagde. Eiser stelt dat hij in opdracht van gedaagde handelde, terwijl gedaagde dit betwist en wijst op een schikking die alle openstaande facturen zou omvatten.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat gedaagde opdracht heeft gegeven voor de werkzaamheden vermeld op twee facturen, mede omdat de vermeende vertegenwoordiger niet bevoegd was en eiser niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op diens bevoegdheid. De vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking faalt voor deze facturen vanwege onvoldoende onderbouwing.
Voor een andere factuur stelt eiser wel werkzaamheden te hebben verricht, maar gedaagde betwist de opdracht. De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden zijn verricht, maar niet onder de eerder betaalde overeenkomst vallen. De schikking ziet volgens de rechtbank niet op deze factuur, mede door de tekst op de creditnota en het facturenoverzicht.
De rechtbank wijst de vordering tot betaling van de factuur toe op grond van ongerechtvaardigde verrijking, stelt de schade vast op 75% van het factuurbedrag en kent wettelijke rente toe vanaf dagvaarding. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 10.146,02 schadevergoeding, wettelijke rente en incassokosten; overige vorderingen worden afgewezen.