ECLI:NL:RBZWB:2023:4225
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor tijdelijke opvang Oekraïners
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van 19 tijdelijke woonunits voor maximaal 62 Oekraïense vluchtelingen. De vergunning omvatte het bouwen van de units, het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan, het maken van een tijdelijke uitweg en het aanleggen van een tijdelijke weg en kabels en leidingen. De vergunning geldt voor vijf jaar en trad onmiddellijk in werking.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van onverwijlde spoed vanwege de spoedige plaatsing van de units. Er werd een belangenafweging gemaakt waarbij het belang van de opvang werd afgewogen tegen het nadeel voor verzoekster.
De rechtbank constateerde dat het bezwaar en het verzoek om voorlopige voorziening prematuur waren ingediend, vóór de formele bekendmaking van het besluit, maar dat het college het bezwaar inhoudelijk zou behandelen. De vergunning was in strijd met het bestemmingsplan, maar het college was bevoegd om tijdelijk af te wijken op grond van de Wabo en het Bor. De belangen van omwonenden waren meegewogen, en de vergunning bevatte voorwaarden zoals terugbrengen van het terrein in oude staat na afloop.
De voorzieningenrechter vond dat de vergunning voldeed aan een goede ruimtelijke ordening, dat de impact op woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar was, en dat het parkeerprobleem niet zwaarwegend was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor tijdelijke woonunits is afgewezen.