Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
meer subsidiair is tenlastegelegd dat hij [slachtoffer02] heeft mishandeld door hem met een mes in zijn hand te steken;
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
op 26 oktober 2022 te Oost-Souburg, gemeente Vlissingen [slachtoffer01] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht door
- die [slachtoffer01] de woorden toe te voegen "ik ga jullie dippen" en/of "ik ga jullie neersteken", en
- met een mes stekende bewegingen richting de buik van die [slachtoffer01] te maken;
( art 285 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
( art 141 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
op 3 september 2022 te Vlissingen [slachtoffer04] heeft mishandeld door die [slachtoffer04] in het gezicht te stompen;
( art 300 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
op 3 oktober 2022 te Vlissingen tezamen en in vereniging met een ander,
2 frikandelbroodjes en 2 blikjes energydrank, die aan supermarkt de Albert Heijn, toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht )
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
€ 600,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte tenlastegelegde onder feit 1.
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder feit 1 primair en subsidiair, feit 2 geheel, feit 3 primair en feit 4 primair ten laste gelegde feiten;
jeugddetentie van 200 (tweehonderd) dagen, waarvan 25 (vijfentwintig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
van rechtswege de volgende voorwaardengelden:
, dadelijk uitvoerbaarzijn;