ECLI:NL:RBZWB:2023:4316
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.G.J.M. de Weert
- H.D. Sebel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning bouw radartoren wegens onvoldoende ruimtelijke onderbouwing en toetsing natuurbescherming
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 21 juni 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eisers beroep instelden tegen een omgevingsvergunning voor de bouw van een radartoren op een perceel in Hulst. Het college van burgemeester en wethouders had de vergunning verleend na eerdere vernietigingen van besluiten door de rechtbank vanwege gebrekkige onderbouwing.
Eisers voerden aan dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was, met onjuiste uitgangspunten en achterhaalde informatie, en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar de verkeerssituatie en effecten op landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Tevens stelden zij dat de toetsing aan de Wet natuurbescherming ontbrak, met name inzake stikstofdepositie en lichthinder op Natura 2000-gebieden.
De rechtbank oordeelde dat de aanvullende motivering door het college niet voldeed aan de eisen van een goede ruimtelijke onderbouwing. Er ontbraken specifieke toetsingen aan de Provinciale Omgevingsverordening en een gedegen onderzoek naar verkeersbewegingen en milieueffecten. Ook werd onvoldoende getoetst aan de Wet natuurbescherming, waardoor de gevolgen voor het natuurgebied niet goed waren beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit, waarbij het college werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Ten aanzien van het welstandsadvies oordeelde de rechtbank dat het college de afwijking van het negatieve advies voldoende had gemotiveerd. De rechtbank veroordeelde het college tevens tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning en beveelt het college een nieuw besluit te nemen met een goede ruimtelijke onderbouwing en toetsing aan de Wet natuurbescherming.