Verzoeker maakte bezwaar tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor het organiseren van een festival op een locatie waar het bestemmingsplan dit niet toestaat. Verzoeker stelde dat het evenement in strijd is met het bestemmingsplan en dat het leidt tot geluidsoverlast en veiligheidsrisico's. Het college verleende de vergunning met toepassing van de kruimelgevallenregeling, waarbij het festival tijdelijk mocht afwijken van het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter gaf verzoeker het voordeel van de twijfel over zijn belanghebbende status, ondanks de afstand van 2,25 kilometer tot het festivalterrein. Wel werd het spoedeisend belang erkend vanwege de korte termijn tot het festival. Het relativiteitsvereiste leidde tot het buiten beschouwing laten van gronden die niet rechtstreeks het belang van verzoeker beschermden, zoals de veiligheid en verstoring van vogels.
De rechter oordeelde dat het college terecht een omgevingsvergunning verleende op grond van het kruimelgeval uit het Besluit Omgevingsrecht, omdat het festival zonder onomkeerbare gevolgen kan worden beëindigd. Wel was er een motiveringsgebrek over de geluidsoverlast, maar dit werd gecompenseerd door de evenementenvergunning en de bijbehorende geluidsvoorschriften. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.