ECLI:NL:RBZWB:2023:4611
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarden en aanslagen onroerendezaakbelastingen gemeente Middelburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden van twee onroerende zaken in Middelburg, welke de basis vormden voor de aanslagen onroerendezaakbelastingen (OZB) 2021. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op respectievelijk €244.000 en €199.000 per 1 januari 2020, de waardepeildatum. De rechtbank onderzocht of deze waarderingen te hoog waren vastgesteld.
De waardebepaling vond plaats via de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de huurwaarde en kapitalisatiefactor werden afgeleid uit vergelijkbare verhuur- en verkooptransacties. Belanghebbende voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de gevolgen van de coronapandemie en het leegstandsrisico. De rechtbank oordeelde dat de pandemie op de waardepeildatum nog niet relevant was en dat het leegstandsrisico adequaat was verwerkt in de marktgegevens die de kapitalisatiefactor bepaalden.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarden aannemelijk had gemaakt en dat de bezwaren van belanghebbende onvoldoende onderbouwd waren. Ook een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de uitspraak binnen de wettelijke termijn werd gedaan.
De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor de vastgestelde WOZ-waarden en de daarop gebaseerde OZB-aanslagen gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waarden en OZB-aanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.