ECLI:NL:RBZWB:2023:4614
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen WOZ-waarden en OZB-aanslagen gemeente Middelburg
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van drie onroerende zaken in Middelburg, welke tevens de basis vormden voor de OZB-aanslagen 2022. De heffingsambtenaar had het bezwaar deels gegrond verklaard voor één van de panden, met een waardevermindering, maar de overige bezwaren ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft de beroepen op 31 maart 2023 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarden te hoog zijn vastgesteld. De waardebepaling is getoetst aan de wettelijke bepalingen, waarbij voor niet-woningen de huurwaardekapitalisatiemethode en voor woningen de vergelijkingsmethode zijn toegepast. De rechtbank acht de onderbouwing van de heffingsambtenaar, mede gebaseerd op huurovereenkomsten en verkooptransacties van vergelijkbare objecten, voldoende aannemelijk.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met de gevolgen van de coronapandemie en het leegstandsrisico. De rechtbank overweegt dat de gebruikte huurprijzen en verkoopcijfers deze factoren reeds weerspiegelen. Daarnaast is geen reden gevonden om de WOZ-waarde van de woning te verlagen, mede omdat belanghebbende geen onderbouwing voor de stellingen heeft gegeven.
Een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen, aangezien de uitspraak binnen de wettelijke termijn is gedaan. De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarden en OZB-aanslagen gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden en OZB-aanslagen worden ongegrond verklaard en de vastgestelde waarden blijven gehandhaafd.