ECLI:NL:RBZWB:2023:4620
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziening, intrekking en terugvordering bijstandsuitkering
Eisers ontvingen sinds 2012 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van anonieme meldingen in 2021 startte het college een onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat eisers een bedrag van €757,50 hadden ontvangen dat als inkomen moest worden beschouwd en dat [naam eiser 1] op geld waardeerbare arbeid verrichtte. Het college herzag en trok het recht op bijstand in en vorderde te veel betaalde bijstand terug.
Eisers voerden aan dat het geld bedoeld was als sponsoring voor de motorcross-hobby van hun zoon en dat de aanwezigheid van [naam eiser 1] in een loods slechts ter oriëntatie was. Zij konden dit niet aannemelijk maken met bewijsstukken. De rechtbank oordeelde dat het college terecht uitging van inkomsten en op geld waardeerbare arbeid, ook al was er nog geen winst.
De rechtbank stelde vast dat eisers hun inlichtingenplicht hadden geschonden door het niet melden van inkomsten en werkzaamheden. Hierdoor was herziening, intrekking en terugvordering van de bijstand terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen herziening, intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.