ECLI:NL:RBZWB:2023:465

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 januari 2023
Publicatiedatum
27 januari 2023
Zaaknummer
9688812_E25012023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ECLI:NL:HR:2021:1677
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging kredietovereenkomst wegens schending essentiële informatieverplichtingen met gedeeltelijke toewijzing

In deze civiele bodemzaak tussen Arvato Finance B.V. handelend onder Afterpay en gedaagde heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant ambtshalve getoetst of de kredietovereenkomst vernietigd kan worden wegens niet-naleving van (pre)contractuele informatieverplichtingen.

De kantonrechter overwoog in een tussenvonnis dat de handelaar niet volledig had voldaan aan zijn informatieverplichtingen en stelde aanvankelijk een vernietiging van 50% van de koopsom voor. Na nadere beoordeling en toepassing van de richtlijn sanctiemodel essentiële informatieverplichtingen, vastgesteld door het LOVCK, werd geconcludeerd dat slechts drie essentiële informatieverplichtingen waren geschonden, waardoor een vernietiging van 25% van de koopsom passend is.

Dit leidt tot een toewijzing van €39,94 aan eiseres, bestaande uit 75% van €47,99 plus €3,95 verzendkosten. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van €272,22. De vordering voor het overige werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €39,94 en proceskosten van €272,22 wegens gedeeltelijke vernietiging van de kredietovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 9688812 CV EXPL 22-444
vonnis d.d. 25 januari 2023
inzake
de besloten vennootschap
Arvato Finance B.V., handelend onder de naam Afterpay,
gevestigd en kantoorhoudende te Heerenveen,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,
tegen
[gedaagde],
wonende in de gemeente [plaats], op een geheim adres,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verdere verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
- het tussenvonnis van 30 november 2022 met het daarin genoemde processtuk.

2.De verdere beoordeling

2.1
Al hetgeen in het tussenvonnis van 30 november 2022 is overwogen en beslist wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.
2.2
In voornoemd tussenvonnis is eiseres in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent het voorshandse oordeel van de kantonrechter om de tussen eiseres en gedaagde tot stand gekomen kredietovereenkomst te vernietigen. Eiseres heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2.3
In voornoemd tussenvonnis is voorts overwogen dat de handelaar niet volledig heeft voldaan aan de op hem rustende (pre)contractuele informatieverplichtingen en dat een vernietiging van 50% van de koopsom op zijn plaats is. De kantonrechter komt op deze beslissing terug en overweegt daartoe als volgt. Bij de berekening van het percentage van vernietiging van de koopsom is de kantonrechter uitgegaan van de `richtlijn sanctiemodel essentiële informatieverplichtingen` zoals vastgesteld door het LOVCK op 15 december 2021 en gewijzigd op 17 mei 2022. Deze richtlijn is bedoeld om schending van de door de Hoge Raad in haar arrest van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) bepaalde
essentiëleinformatieverplichtingen op een passende wijze te kunnen sanctioneren. Gebleken is dat in onderhavige zaak slechts sprake is van schending van drie van de essentiële informatieverplichtingen, zodat in plaats van een vernietiging van 50% van de koopsom een vernietiging van 25% van de koopsom op zijn plaats is. Dit betekent dat een bedrag van
€ 39,94 (€ 47,99 x 0,75, vermeerderd met een bedrag van € 3,95 aan verzendkosten) zal worden toegewezen.
2.5
Gedaagde wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van eiseres tot op heden worden begroot op:
explootkosten € 107,22
salaris gemachtigde € 37,00
griffierecht € 128,00
------------
totaal € 272,22

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 39,94;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 272,22;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.