Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 juli 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaatsnaam 1] , eiseres
De minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
de minimalisatieverplichting) zich enkel richt tot degene die een zogeheten inrichting type C drijft. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat daarvan sprake is (geweest) en eiseres heeft daarvoor ook geen onderbouwing aangeleverd. Derhalve bestond er geen aanleiding voor de minister om handhavend op te treden jegens HSV op grond van artikel 2.4, tweede lid, van het Abm.
Besluit activiteiten leefomgeving; Bal), [4] waar is overwogen dat voor de potentieel minst bezwaarlijke lozingen alleen is gekozen voor de specifieke zorgplicht, terwijl voor het aanwijzen van vergunningplichten is uitgegaan van de systematiek «algemene regels, tenzij». Hierdoor wordt volgens deze toelichting het gedogen beëindigd van lozingen die niet vanuit uitstroomvoorzieningen plaatsvinden, zoals het gebruik van vislood of het schoonmaken van pleziervaartuigen in het water, die voorheen formeel vergunningplichtig waren, maar waarvoor nooit vergunningen werden aangevraagd of verleend, aldus de wetgever. Aangezien het Bal nog niet in werking is getreden, geldt op dit moment voor het gebruik van vislood een vergunningplicht op grond van artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet.