ECLI:NL:RBZWB:2023:8686
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing preventief handhavingsverzoek tegen gebruik vislood in natuurgebied
Eiseres verzocht de minister om een preventieve last onder dwangsom (PLOD) op te leggen aan een hengelsportvereniging vanwege het gebruik van vislood tijdens wedstrijden, dat volgens haar leidt tot milieuverontreiniging in een natuurgebied. De minister wees dit verzoek af, waarop eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van vislood tijdens wedstrijden een overtreding van artikel 6.8 van de Waterwet oplevert, omdat de vereniging haar leden niet verbiedt vislood te gebruiken terwijl dit de bodem of oever van oppervlaktewater kan aantasten. Echter, de rechtbank stelt dat het opleggen van een PLOD niet gerechtvaardigd is omdat er onvoldoende duidelijkheid is over het daadwerkelijke gevaar en de mate van verontreiniging door vislood.
De rechtbank verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat slechts in enkele gevallen normen niet worden gehaald en dat het risico voor waterdieren moeilijk in te schatten is. Daarnaast is het handhavingsverzoek preventief en gericht op toekomstige wedstrijden die al hebben plaatsgevonden, waardoor handhaving op dit moment niet meer mogelijk is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft de afwijzing van het preventieve handhavingsverzoek in stand. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het preventieve handhavingsverzoek blijft afgewezen.