ECLI:NL:RBZWB:2023:481
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting bij gebruik weg tijdens schorsing
Belanghebbende is houder van een kampeerauto waarvan het kentekenbewijs was geschorst van 27 september 2020 tot 21 mei 2021. Op 19 mei 2021 werd geconstateerd dat met de auto gebruik werd gemaakt van de openbare weg tijdens deze schorsingsperiode. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting van €705 en een verzuimboete van €70 op.
Belanghebbende stelde dat zij slechts op 19 mei de weg op is gegaan zonder bewustzijn van de schorsing en dat zij de schorsing twee dagen later heeft opgeheven. Zij voerde aan dat er een herstel- of tegenbewijsmogelijkheid zou moeten zijn bij afwezigheid van misbruik of fraude. De rechtbank oordeelde echter dat het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2013 duidelijk stelt dat het gebruik van de weg tijdens een geldende schorsing aanleiding geeft tot naheffing, ongeacht of gedurende de periode daadwerkelijk gebruik is gemaakt.
De rechtbank vond de naheffingsaanslag terecht en niet te hoog. Ook de verzuimboete werd passend geacht, aangezien opzet of schuld niet vereist is, maar avas (afwezigheid van alle schuld) niet van toepassing is omdat belanghebbende ervaring had met schorsingen en wist dat de schorsing opgeheven moest zijn voor gebruik. De boete van 10% hield rekening met de vergissing die binnen twee dagen werd hersteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag en boete blijven in stand en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en verzuimboete blijven in stand.