ECLI:NL:RBZWB:2023:4913
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning voor opslagunits in Terneuzen
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen heeft verleend voor het plaatsen van geschakelde verhuurbare opslagunits voor lichte industrie op een perceel aan de [adres] 37 te [plaatsnaam 1]. Zij voerden aan dat sprake is van een planologische wijziging, onvoldoende inspraak, verminderd uitzicht, geluidsoverlast, verminderde toegankelijkheid van de openbare weg en grondverontreiniging. Ook vreesden zij schade aan hun woningen door bouwwerkzaamheden.
De rechtbank oordeelt dat de vergunning geen planologische wijziging inhoudt, omdat het bouwplan voldoet aan de beheersverordening en het toetsingskader van artikel 2.10 van de Wabo. Dit toetsingskader is limitatief en imperatief, waardoor het college de vergunning moet verlenen indien niet in strijd met het bestemmingsplan, bouwbesluit, bouwverordening of redelijke eisen van welstand. Het ontbreken van inspraak is geen geldige weigeringgrond binnen dit stelsel.
Verder acht de rechtbank de bezwaren over negatieve effecten op de woonomgeving niet relevant voor de vergunningverlening, aangezien belangen reeds zijn afgewogen bij de beheersverordening. Ook mogelijke schade door bouwwerkzaamheden is een privaatrechtelijke kwestie en geen grond voor weigering. Het Bouwbesluit voorziet in maatregelen ter voorkoming van schade. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de vergunning blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.