ECLI:NL:RBZWB:2023:4925
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2020, welke was vastgesteld op €1.088.000. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. Tijdens de zitting bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €966.000 en de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig werd verminderd.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep was overschreden met twee maanden, volledig toe te rekenen aan de beroepsfase. Op basis van jurisprudentie kende de rechtbank ambtshalve een vergoeding toe van €50 voor immateriële schade aan belanghebbende, te betalen door de Staat der Nederlanden. Daarnaast werd bepaald dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van €49 aan belanghebbende moet vergoeden.
De rechtbank benadrukte dat de overschrijding mede werd veroorzaakt door interne fouten bij de rechtbank zelf, waarbij een reeds ontvangen machtiging niet correct was gekoppeld aan het dossier, wat leidde tot vertraging. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 12 juli 2023 in Breda.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verminderd tot €966.000, de aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd, en belanghebbende ontvangt een vergoeding van €50 wegens overschrijding redelijke termijn.