ECLI:NL:RBZWB:2023:5017

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
23/2502
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 26, eerste lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdig beslissen op bezwaar inkomstenbelasting 2013

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 2 januari 2023 tegen een conserverende aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2013. De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van 2 januari 2023 geen nieuw bezwaarschrift is, omdat eerder al bezwaar was gemaakt tegen dezelfde aanslag, wat leidde tot een uitspraak van de rechtbank. Daarnaast is tegen de vermindering van de aanslag als gevolg van die eerdere uitspraak geen bezwaar en beroep meer mogelijk.

Belanghebbende stelde verder bezwaar te maken tegen het onwettig kwijtschelden van de aanslag, maar de rechtbank stelt vast dat belanghebbende hierdoor niet in een betere positie komt en daarom geen belang heeft bij het ongedaan maken hiervan. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De rechtbank wijst het beroep af en verklaart het niet-ontvankelijk. Het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 17 juli 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en eerdere bezwaarprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/2502

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], domicilie kiezende te [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat belanghebbende heeft ingesteld omdat de inspecteur volgens hem niet tijdig heeft beslist op het bezwaar van 2 januari 2023.

Overwegingen

2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2.1.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar van belanghebbende van 2 januari 2023 is gericht tegen de aan belanghebbende opgelegde conserverende aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2013 (de aanslag). De brief van 2 januari 2023 kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een bezwaarschrift omdat belanghebbende al eerder bezwaar heeft gemaakt tegen die aanslag, [1] hetgeen heeft geleid tot een uitspraak van de rechtbank. [2] Verder staat tegen de vermindering als gevolg van die uitspraak geen bezwaar en beroep open. [3] Het verzoek om ambtshalve vermindering van de conserverende aanslag is door deze rechtbank al afgewezen (zie de uitspraak die in de eerste voetnoot wordt genoemd).
2.2.
Verder stelt belanghebbende dat hij bezwaar maakt tegen het onwettig kwijtschelden van de aanslag. De rechtbank overweegt dat belanghebbende geen belang heeft bij het ongedaan maken van het kwijtschelden van (een deel van) de aanslag, omdat dit hem niet in een betere positie kan brengen. [4] Ook in zoverre is het beroep niet-ontvankelijk.
2.3.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Belanghebbende krijgt het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. I. van Wijk, griffier, op 17 juli 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u het verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit heeft de rechtbank al eerder beslist op 12 januari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:160.
2.Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 mei 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:2796.
3.Artikel 26, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
4.Hoge Raad 12 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:844.