ECLI:NL:RBZWB:2023:160
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op verzoek ambtshalve vermindering belastingaanslag
Belanghebbende diende op 17 januari 2022 een brief in bij de inspecteur met een verzoek om ambtshalve vermindering van een conserverende aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2013. De inspecteur heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken beslist, waardoor belanghebbende een ingebrekestelling stuurde op 12 augustus 2022 en vervolgens op 18 oktober 2022 beroep instelde wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek te laat is ingediend, aangezien de vijfjaarstermijn voor het doen van een dergelijk verzoek op 31 december 2018 is verstreken. Een stuitingsbrief verlengt deze termijn niet. De overschrijding is niet verschoonbaar omdat belanghebbende eerder bezwaar heeft gemaakt en de latere kennis van wetgeving geen reden is om de termijn alsnog als verschoonbaar te beschouwen.
Hoewel het beroep gegrond is wegens het niet tijdig beslissen, wijst de rechtbank het verzoek om ambtshalve vermindering af wegens kennelijke ongegrondheid. De rechtbank neemt daarmee de beslissing die de inspecteur had moeten nemen en draagt de inspecteur op het betaalde griffierecht van €50 aan belanghebbende te vergoeden.
De uitspraak betreft uitsluitend het verzoek van 17 januari 2022 en staat los van latere correspondentie die nog in behandeling is bij de inspecteur.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens niet tijdig beslissen, het verzoek om ambtshalve vermindering wordt afgewezen en het griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.