ECLI:NL:RBZWB:2023:5024
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzuimboeten wegens niet tijdig doen van aangifte inkomstenbelasting bevestigd ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Belanghebbende woonde in 2018 en 2019 in Turkije en ontving uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen om aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) te doen. Ondanks deze aanmaningen diende hij de aangiften te laat in, waarop de inspecteur verzuimboeten oplegde.
Belanghebbende voerde aan dat hij niet alle post had ontvangen en dat een medewerker van de Belastingdienst hem telefonisch had medegedeeld dat hij geen aangifte hoefde te doen. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de aanmaningen correct waren verzonden en dat belanghebbende het vermoeden van ontvangst onvoldoende had ontzenuwd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt.
Ook het beroep op afwezigheid van alle schuld (avas) faalde, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij alle redelijke zorg had betracht om het verzuim te voorkomen. De rechtbank vond de opgelegde boeten passend en geboden en verklaarde de beroepen ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 17 juli 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen tegen de verzuimboeten ongegrond en handhaaft de boeten wegens niet tijdig indienen van de aangiften IB/PVV 2018 en 2019.