Eiser heeft een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo) om documenten over correspondentie tussen minister Van der Wal en de Europese Commissie over stikstof in Nederland. De minister heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken beslist op dit verzoek.
Eiser stelde de minister op 13 mei 2023 in gebreke, waarna hij te vroeg beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep desalniettemin ontvankelijk omdat de termijn inmiddels was verstreken en de minister nog steeds geen besluit had genomen.
De rechtbank legt de minister op om binnen tien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De minister moet tevens het griffierecht van €184 aan eiser vergoeden.
De minister had aangegeven meer tijd nodig te hebben vanwege een lopende inventarisatie in verband met een ander Woo-verzoek, maar de rechtbank acht een termijn van tien weken passend gezien het belang van eiser en de reeds verwachte afronding van de inventarisatie.
De uitspraak is gedaan door rechter J. van Alphen en griffier M.R. Jouvenaar op 21 juli 2023 en is zonder zitting gewezen.