Op 16 december 2021 werd de broer van verdachte aangehouden door politieverbalisanten. Verdachte arriveerde kort daarna en viel de verbalisanten agressief aan. Hij sloeg een verbalisant meerdere malen met een gebalde vuist tegen helm en hoofd en pakte hem bij de keel in een wurggreep, waarna deze viel. Ook sloeg en duwde verdachte een tweede verbalisant.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze mishandelingen heeft gepleegd. Verdachte voerde geen verweer tegen de feiten, behalve tegen het bij de keel grijpen, maar dit werd door de rechtbank bewezen geacht. Verdachte is strafbaar en er zijn geen strafuitsluitingsgronden.
De officier van justitie vorderde een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand. De verdediging vroeg om een taakstraf van 40 uur vanwege de situatie en het feit dat verdachte een first offender is. De rechtbank legde een taakstraf van 100 uur op, met aftrek van voorarrest, en geen gevangenisstraf.
Daarnaast werden aan de benadeelden schadevergoedingen toegekend. Verbalisant 1 kreeg €1.934,- voor materiële en immateriële schade, verbalisant 2 €200,- voor immateriële schade. Voor het niet-betaalde deel van de vorderingen werd niet-ontvankelijkheid uitgesproken, met mogelijkheid tot civiele procedure. De rechtbank legde ook schadevergoedingsmaatregelen met gijzeling op bij niet-betaling.