ECLI:NL:RBZWB:2023:5478
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres, voormalig schoonmaakster, kreeg een WIA-uitkering toegekend na ziekmelding in 2017. Het UWV beëindigde deze uitkering per 21 juni 2021 op grond van een herbeoordeling die uitwees dat eiseres slechts 5,08% arbeidsongeschikt is. Eiseres stelde dat het UWV haar beperkingen ten onrechte te licht had ingeschat, met name op cognitieve en emotionele terreinen, en betwistte de geschiktheid van de geduide functies en de berekening van haar maatmaninkomen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die alle klachten en medische informatie had betrokken. De vastgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst was inhoudelijk overtuigend en de rechtbank vond geen aanleiding om hiervan af te wijken. Ook de arbeidsdeskundige B&B had adequaat gemotiveerd waarom de geselecteerde functies geschikt zijn, ondanks de beperkte Nederlandse taalvaardigheid van eiseres.
Hoewel de rechtbank een motiveringsgebrek constateerde in de toelichting op de geschiktheid van een functie, leidde dit niet tot belangenverlies omdat het besluit ook zonder dit gebrek stand zou houden. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, de WIA-uitkering beëindigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.