Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 5 september 2022 vond een verkeersongeval plaats op de Van Vollenhovenweg te Serooskerke waarbij verdachte met een auto en caravan twee fietsers inhaalde. Eén fietser viel en liep ernstig letsel op, de ander lichte verwondingen. De rechtbank kon niet vaststellen hoe de schade precies ontstond en of verdachte te hard reed of onvoldoende oplettend was.
De officier van justitie stelde dat verdachte schuld had wegens te hard rijden en onvoldoende opletten, maar de verdediging betwistte dit. De rechtbank concludeerde dat de snelheid niet vast te stellen was en dat verdachte mogelijk het ongeval niet kon waarnemen door beperkingen in het zicht door de caravan en de bocht in de weg.
Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van bewijs voor verwijtbare onvoorzichtigheid, oordeelde de rechtbank dat geen schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994 kon worden vastgesteld. Verdachte werd daarom vrijgesproken van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van strafrechtelijke verwijtbaarheid bij het verkeersongeval.