Eiser heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) waarin is vastgesteld dat hij vanaf 10 maart 2014 niet verzekerd is voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Svb baseerde dit op het ontbreken van een duurzame woonplaats in Nederland, mede omdat eiser sinds die datum voornamelijk in Thailand verblijft en onvoldoende bewijs leverde van langdurig verblijf in Nederland.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om eiser in de gelegenheid te stellen zijn verblijf in Nederland nader te onderbouwen met documenten zoals paspoortstempels, bankafschriften en vliegtickets. Hoewel eiser stukken heeft ingediend, bleken deze onvoldoende en deels tegenstrijdig met de gegevens van de Svb. Zo ontbreken objectieve gegevens die zijn stellingen over langdurig verblijf in Nederland ondersteunen, en zijn bankafschriften en paspoortstempels niet consistent met zijn verklaringen.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad geldt dat voor het bepalen van de woonplaats een duurzame persoonlijke band met Nederland vereist is, die niet noodzakelijkerwijs het middelpunt van het maatschappelijk leven hoeft te zijn. De rechtbank oordeelt dat deze duurzame band bij eiser vanaf 10 maart 2014 ontbreekt, waardoor hij niet als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt en dus niet verzekerd is voor Wlz en AOW vanaf die datum.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J. van Alphen en griffier A.J.J. Sterks op 4 augustus 2023.