ECLI:NL:RBZWB:2023:5521
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening recreatief verhuren woningen
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd om te worden behandeld alsof zij toestemming hebben voor recreatief verhuren van woningen, ondanks een vergunningvoorschrift dat dit verbiedt.
De vergunning was verleend voor een appartementencomplex met het voorschrift dat de appartementen niet voor logiesverhuur mogen worden gebruikt. Verzoekers stellen dat het niet aanpassen van dit voorschrift leidt tot grote financiële risico's, omdat zij een garantie van Woningborg hebben die vervalt als niet tijdig voldoende appartementen zijn verkocht.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden verleend bij onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van gevolgen. Verzoekers hebben geen bezwaar gemaakt tegen de vergunning en onvoldoende objectieve gegevens aangeleverd die een financiële noodsituatie aantonen. Bovendien is het verzoek om toestemming via een voorlopige voorziening te vergaand.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en zijn er geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor toestemming recreatief verhuren wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.