ECLI:NL:RBZWB:2023:5600
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Wajong-uitkering wegens verblijf in het buitenland en toepassing hardheidsclausule
Eiser, die sinds 2010 een Wajong-uitkering ontvangt vanwege een hersenbloeding met cognitieve en fysieke beperkingen, verzocht om export van zijn uitkering naar Turkije waar hij met zijn moeder wilde wonen. Het UWV zette de uitkering per 1 september 2021 stop vanwege verblijf buiten Nederland en wees het bezwaar van eiser af. De rechtbank beoordeelde het beroep en concludeerde dat eiser niet in Nederland woonde en dat het UWV bevoegd was de uitkering te beëindigen.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de hardheidsclausule die in uitzonderlijke gevallen export van de uitkering mogelijk maakt. De rechtbank stelde vast dat er geen medische noodzaak was voor verblijf in Turkije, noch dat eiser afhankelijk was van zijn moeder voor verzorging. De zorg kan volgens de verzekeringsartsen ook in Nederland door professionele instanties worden geboden. Bovendien werd geen schending van artikel 8 EVRM Pro vastgesteld omdat eiser vrij was om te verhuizen, maar dat het exportverbod gevolgen heeft voor de uitkering.
De rechtbank concludeerde dat de omstandigheden geen zwaarwegende redenen vormen voor toepassing van de hardheidsclausule en dat het UWV terecht het recht op de Wajong-uitkering heeft beëindigd. Het beroep werd ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de Wajong-uitkering is terecht beëindigd per 1 september 2021.