De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 27 juli 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van drie winkeldiefstallen bij Albert Heijn in Middelburg in januari 2023. De officier van justitie achtte alle feiten bewezen, terwijl de verdediging betoogde dat sprake was van een vergissing en onvoldoende bewijs voor twee van de feiten.
De rechtbank oordeelde dat alleen de diefstal op 23 januari 2023 wettig en overtuigend bewezen was. De verklaring van verdachte dat hij het product wilde afrekenen werd niet geloofd, en er was geen bewijs dat hij het product wilde betalen. Voor de andere twee feiten was onvoldoende bewijs om vast te stellen dat daadwerkelijk goederen waren weggenomen.
Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 12 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel werden bijzondere voorwaarden gekoppeld, waaronder meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, middelencontrole en medewerking aan diagnostiek. De rechtbank zag af van een voorwaardelijke ISD-maatregel vanwege de prille stabiliteit van verdachte en de ernst van het feit.
De straf houdt rekening met het recidiverisico, de positieve gedragsverandering en de kwetsbare stabiliteit van verdachte. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht op de straf. De bijzondere voorwaarden zijn bedoeld als stok achter de deur om recidive te voorkomen en medewerking aan hulpverlening te bevorderen.