ECLI:NL:RBZWB:2023:5703
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toepassing verlaagd overdrachtsbelastingtarief voor woning afgewezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de overdrachtsbelasting over de verkrijging van een pand. De rechtbank beoordeelt of het pand ten tijde van de verkrijging kwalificeert als woning voor toepassing van het verlaagde tarief van 2%.
Het pand is oorspronkelijk gebouwd als woning, maar is nadien verbouwd en gebruikt als kantoorruimte. Ten tijde van de verkrijging was het pand anti-kraak bewoond en had het een gemengde bestemming. De rechtbank concludeert dat het pand niet meer als woning kan worden aangemerkt omdat er meer dan beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer geschikt te maken voor bewoning.
De rechtbank baseert zich op het arrest van de Hoge Raad van 24 februari 2017, waarin is bepaald dat de aard van het bouwwerk en de mate van aanpassing bepalend zijn. De aanwezigheid van een keukenblok zonder vaste kookgelegenheid en kantoorachtige inrichting spreken tegen een woning.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het standaardtarief van 6% overdrachtsbelasting van toepassing. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van belasting of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het standaardtarief van 6% overdrachtsbelasting blijft van toepassing.