ECLI:NL:RBZWB:2023:5706
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen toepassing 6% overdrachtsbelasting wegens niet-woning pand
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de inspecteur die het bezwaar tegen de toepassing van het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2% ongegrond verklaarde. Het geschil betreft de vraag of het pand aan [adres 1] te [plaats 2] als woning kan worden aangemerkt voor toepassing van het verlaagde tarief.
Het pand is oorspronkelijk in 1928 als woning gebouwd, maar is sinds 1961 als kantoorruimte in gebruik geweest en meerdere malen verbouwd en verkocht. Ten tijde van de verkrijging in december 2020 was het pand anti-kraak bewoond en had het een gemengde bestemming. De inrichting en bouwkundige staat wezen op een kantoorpand met beperkte voorzieningen die niet wezenlijk geschikt waren voor bewoning.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en stelt dat het pand alleen als woning kan worden aangemerkt indien niet meer dan beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer geschikt te maken voor bewoning. Gezien de staat en inrichting van het pand is dat niet het geval. Daarom is het beroep ongegrond en blijft het tarief van 6% overdrachtsbelasting van toepassing. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het tarief van 6% overdrachtsbelasting blijft van toepassing.