ECLI:NL:RBZWB:2023:5707
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing verlaagd overdrachtsbelastingtarief voor pand oorspronkelijk woning
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar verzoek om toepassing van het verlaagde overdrachtsbelastingtarief van 2% voor een pand dat zij op 31 december 2020 heeft verkregen. De rechtbank beoordeelt of het pand ten tijde van de verkrijging als woning kan worden aangemerkt.
Het pand is oorspronkelijk in 1928 als woning gebouwd, maar is daarna verbouwd en gebruikt als kantoorruimte en psychologenpraktijk. Ten tijde van de verkrijging was het pand anti-kraak bewoond en had het een gemengde bestemming. De inrichting en kenmerken van het pand, zoals het ontbreken van een vaste kookgelegenheid en de aanwezigheid van kantoorvoorzieningen, wijzen volgens de rechtbank op een kantoorpand.
De rechtbank volgt de criteria van de Hoge Raad uit 2017, waarbij de aard van het pand en de mate van benodigde aanpassingen voor bewoning centraal staan. Gezien de omvang van de aanpassingen die nodig zijn om het pand weer geschikt te maken voor bewoning, concludeert de rechtbank dat het pand geen woning was in de zin van de wet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het standaardtarief van 6% overdrachtsbelasting blijft van toepassing.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het standaardtarief van 6% overdrachtsbelasting blijft van toepassing.