ECLI:NL:RBZWB:2023:5753
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering Tozo-uitkering wegens niet gemelde verhuurinkomsten
Eisers, gehuwd op huwelijkse voorwaarden en beiden directeur-grootaandeelhouder van hun respectievelijke bedrijven, ontvingen Tozo-uitkeringen voor verschillende periodes in 2020 en 2021. Werkplein herzag en trok deze uitkeringen gedeeltelijk in omdat eisers verhuurinkomsten van een woning op een eiland niet hadden gemeld, wat een schending van de inlichtingenplicht vormde.
De rechtbank oordeelt dat de huuropbrengsten als inkomen moeten worden beschouwd omdat eisers feitelijk over de bankrekening beschikken waarop deze inkomsten worden gestort. De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat kosten zoals hypotheeklasten niet in mindering mogen worden gebracht op deze inkomsten.
Eisers voerden aan dat zij de woning als pensioenvoorziening willen behouden en dat terugvordering hen dwingt tot verkoop, maar de rechtbank ziet geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. De bescherming van de beslagvrije voet en mogelijkheid tot betalingsafspraken bieden voldoende waarborgen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, intrekking en terugvordering van de Tozo-uitkering wordt ongegrond verklaard.