ECLI:NL:RBZWB:2023:5771
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na auto-ongeluk
Eiseres, werkzaam als ondersteunend medewerker wonen, vroeg een WIA-uitkering aan na medische klachten door een auto-ongeluk. Het UWV weigerde deze uitkering per 5 augustus 2021 omdat haar arbeidsongeschiktheid op 23,48% was vastgesteld, wat onder de 35% grens ligt. Eiseres stelde dat haar beperkingen werden onderschat en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van verzekeringsartsen van het UWV, die concludeerden dat eiseres weliswaar beperkingen heeft, maar niet zodanig dat zij volledig of duurzaam arbeidsongeschikt is. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, ondanks het ontbreken van een fysiek spreekuurcontact in de bezwaarfase, en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
Ook de functies die het UWV als passend had aangemerkt, werden door de rechtbank als geschikt beschouwd, aangezien eiseres geen medische beperkingen had die deze functies uitsloten. De berekening van de arbeidsongeschiktheid op basis van deze functies werd niet betwist door eiseres.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onvoldoende was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WIA-uitkering geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van 23,48%.