Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
e-mailbericht van 12 april 2022 verzocht om tot uitkering van een bedrag van
€ 36.000,00 over te gaan, zijnde de vergoeding zoals omschreven in het testament in bepaling B lid l sub 2.
e-mailbericht van 4 augustus 2022 bericht [gedaagde] aan de neef van [eiseres] onder meer dat hij advies aan de notaris heeft gevraagd ter zake het bewuste legaat, alsmede dat de notaris heeft verzocht om overlegging van een huurcontract waaruit blijkt dat [eiseres] zelfstandig woont. Hierop antwoordt de neef van [eiseres] op dezelfde dag dat aangetoond is dat [eiseres] in een aanleunwoning woont. Aan [gedaagde] is een termijn van 2 weken gegeven om tot uitbetaling van het legaat over te gaan. Op dezelfde dag heeft de neef van [eiseres] de notaris om advies verzocht. Hierop antwoordt de notaris dat hij de nalatenschap niet onder behandeling heeft. Vervolgens heeft de notaris bij e-mailbericht van 8 september 2022 onder meer het navolgende aan de neef van [eiseres] bericht:
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 22.500,00.
€ 1.915,00(2,5 punten × tarief € 766,00)
5.De beslissing
23 augustus 2023.