ECLI:NL:RBZWB:2023:5899
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting en vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 augustus 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin belanghebbende bezwaar maakte tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2016 van €5.269 en een daarbij behorende belastingrentebeschikking van €884.
De inspecteur had een afdrachtverschil geconstateerd na vergelijking van de vennootschapsbelastingaangifte 2017 met de omzetbelastingaangiften 2016 en eerder. Na correspondentie en akkoordverklaring van de accountant werd de naheffingsaanslag opgelegd. Belanghebbende voerde onder meer aan dat verrekening met een vordering op de Belastingdienst zou moeten plaatsvinden, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet in de belastingprocedure kan worden beoordeeld.
De rechtbank bevestigde dat de naheffingsaanslag en belastingrente terecht zijn vastgesteld en wees het beroep ongegrond. Wel werd een vergoeding van immateriële schade van €500 toegekend vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van 24 maanden voor bezwaar en beroep, die met één maand werd overschreden. De inspecteur werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €365.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard; naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand; immateriële schadevergoeding van €500 toegekend.