ECLI:NL:RBZWB:2023:6008
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen en verzuimboetes omzetbelasting voor jaren 2016-2018
Belanghebbende, een tussenhoudster binnen een groep en ondernemer voor de Wet OB, kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd voor de jaren 2016, 2017 en 2018, inclusief belastingrente en verzuimboetes. Het bezwaar tegen de aanslag 2016 werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, terwijl het bezwaar tegen 2017 gedeeltelijk werd gegrond verklaard en dat tegen 2018 ongegrond bleef.
De rechtbank bevestigt dat het bezwaar over 2016 terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ontvangen en belanghebbende dit niet aannemelijk heeft gemaakt. Voor de jaren 2017 en 2018 oordeelt de rechtbank dat de naheffingsaanslagen en bijbehorende beschikkingen terecht zijn opgelegd. Belanghebbende stelde recht te hebben op volledige aftrek van voorbelasting vanwege belaste managementactiviteiten, maar heeft dit onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende geen aannemelijk bewijs heeft geleverd dat de kosten rechtstreeks verband houden met belaste activiteiten, waardoor de inspecteur de pro-rata aftrek correct heeft toegepast. De verzuimboetes zijn opgelegd conform de wet, maar worden ambtshalve met 5% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar. De beroepen worden ongegrond verklaard, met vernietiging van de uitspraken op bezwaar voor zover zij de boetes betreffen en matiging van de boetes tot respectievelijk €1.055 en €1.137.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard, met matiging van de verzuimboetes over 2017 en 2018 wegens overschrijding redelijke termijn.