Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- Casade heeft de heer [naam 1] de gelegenheid gegeven om zijn woonwagen te verkopen aan een kandidaat huurder van de standplaats.
- [naam 1] heeft met [gedaagde] een koopovereenkomst gesloten voor de aankoop van de woonwagen voor een bedrag van € 59.000,00, onder de ontbindende voorwaarde dat Casade met [gedaagde] de huurovereenkomst zou aangaan.
- In een ongedateerde brief, die is ondertekend door onder meer de heer [naam 2] en een aantal huurders van een woonwagenstandplaats op het woonwagenkamp aan de [adres] in [plaats ] , is onder meer het volgende vermeld:
- Bij brief van 24 januari 2022 is namens [gedaagde] aan Casade, samengevat, bericht dat dat hij sinds de aankoop van de woonwagen de woonwagen niet durft te bewonen en dat hij daar niet veilig kan verblijven vanwege ernstige bedreigingen door onder meer een broer van [naam 1] en de heer [naam 3] . Daarnaast heeft de broer van
3.Het geschil
4.De beoordeling
woonwagenaan [naam 2] op het moment dat hij huurder van de woonwagenstandplaats zou zijn geworden.
99,50