ECLI:NL:RBZWB:2023:6117
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot handhaving verwijderen dampalen
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Zeeland om niet handhavend op te treden en geen last onder bestuursdwang te geven tot het verwijderen van dampalen. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om dit besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, waarbij herstel van eventuele gevolgen anders onmogelijk zou zijn. Verzoeker stelde een spoedeisend belang te hebben vanwege mogelijke financiële schade.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het opleggen van een handhavende maatregel via een voorlopige voorziening te ver gaat en dat het schorsen van het besluit niet zal leiden tot verwijdering van de dampalen. Bovendien is volgens vaste jurisprudentie een financieel belang op zichzelf onvoldoende reden voor een voorlopige voorziening.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en is er geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot handhaving wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.