Klager heeft een klaagschrift ingediend tegen het beslag dat op 28 maart 2023 op diverse goederen en onroerende zaken is gelegd op grond van een Europees onderzoeksbevel (EOB). Hij vordert opheffing van het beslag omdat het EOB niet aan de rechtbank en hem is verstrekt, waardoor volgens hem geen rechterlijke toets kan plaatsvinden.
De rechtbank overweegt dat de rechter-commissaris het EOB wel heeft ingezien en getoetst, en dat de rechtbank zelf geen onderzoek doet naar de gronden voor het EOB of de proportionaliteit van het beslag. Het EOB hoeft in de deels geheime onderzoeksfase niet aan klager of de rechtbank te worden verstrekt om het onderzoek niet te schaden.
De verdenkingen tegen klager betreffen witwassen, deelname aan een criminele organisatie en drugshandel, feiten die ook in Nederland strafbaar zijn en voldoen aan het vereiste van dubbele strafbaarheid. De rechtbank acht de rechterlijke toets door de rechter-commissaris voldoende en verklaart het klaagschrift ongegrond.
De beslissing is genomen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 september 2023. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.