ECLI:NL:RBZWB:2023:6153
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens juiste kostenvergoeding bij bezwaar inkomstenbelasting 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 en verzocht om vergoeding van de kosten van het bezwaar. De inspecteur kwam in de uitspraak op bezwaar van 24 februari 2023 volledig tegemoet aan het bezwaar en het verzoek om kostenvergoeding, welke kosten op 13 februari 2023 reeds aan belanghebbende zijn uitbetaald.
Belanghebbende stelde dat de uitspraak op bezwaar geen beslissing bevatte over de kostenvergoeding, waardoor sprake zou zijn van een afwijzing. De rechtbank oordeelde echter dat door de feitelijke gang van zaken wel degelijk een besluit is genomen omtrent de kostenvergoeding, maar dat dit besluit niet op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is omdat het verzoek om kostenvergoeding volledig is gehonoreerd. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding in beroep. De brief van 27 maart 2023 van de inspecteur completeert de uitspraak op bezwaar en bevestigt de beslissing. Het subsidiaire standpunt van belanghebbende dat te laat is beslist, wordt verworpen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 6 september 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de kostenvergoeding correct is toegekend en uitbetaald.