ECLI:NL:RBZWB:2023:6164
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting kennelijk ongegrond verklaard
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda over de kostenvergoeding in de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend, aangezien de uitspraak op bezwaar feitelijk pas later bekend was gemaakt, waardoor de beroepstermijn later begon te lopen. De kern van het geschil betrof de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij belanghebbende meende dat door de latere bekendmaking een onjuist tarief was gehanteerd.
De rechtbank stelde vast dat bekendmaking van een besluit geen voorwaarde is voor de totstandkoming ervan en dat het besluit in 2022 tot stand was gekomen. Daarom was het tarief uit 2022 terecht toegepast. De latere bekendmaking in 2023 rechtvaardigde geen andere conclusie.
Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase is kennelijk ongegrond verklaard en het tarief van 2022 is terecht toegepast.