ECLI:NL:RBZWB:2023:6172
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda inzake de kostenvergoeding voor de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en verklaarde het kennelijk ongegrond.
De kern van het geschil betrof de vraag of het tarief voor de proceskostenvergoeding correct was toegepast. Belanghebbende stelde dat vanwege de latere bekendmaking van de uitspraak op bezwaar in januari 2023 het tarief van dat jaar had moeten gelden in plaats van dat van 2022. De rechtbank oordeelde dat bekendmaking geen voorwaarde is voor de totstandkoming van het besluit en dat het besluit in 2022 is genomen.
De rechtbank nam het standpunt van belanghebbende aan dat de uitspraak op bezwaar pas in januari 2023 bekend is gemaakt, maar dit leidde niet tot een ander oordeel over het toepasselijke tarief. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting is kennelijk ongegrond verklaard.