ECLI:NL:RBZWB:2023:6175
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda inzake de kostenvergoeding in de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk ongegrond is en doet uitspraak zonder zitting. De beroepschrift is tijdig ingediend, aangezien de rechtbank uitgaat van de stelling van belanghebbende dat de uitspraak op bezwaar pas in januari 2023 bekend is gemaakt, en er onvoldoende bewijs is dat dit eerder gebeurde.
De kern van het geschil betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding. Belanghebbende stelt dat door de latere bekendmaking een onjuist tarief is toegepast. De rechtbank stelt echter dat bekendmaking geen voorwaarde is voor de totstandkoming van het besluit en dat het tarief uit 2022 terecht is gehanteerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase is kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.