ECLI:NL:RBZWB:2023:6179
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda over de kostenvergoeding in de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig is ingediend, omdat de uitspraak op bezwaar feitelijk pas in januari 2023 bekend werd gemaakt, ondanks dat de dagtekening 15 augustus 2022 vermeldt.
De kern van het geschil betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding. Belanghebbende betoogt dat door de latere bekendmaking een onjuist tarief is toegepast. De rechtbank stelt echter vast dat de bekendmaking geen voorwaarde is voor de totstandkoming van het besluit en dat het besluit in 2022 is genomen. Daarom is het juiste tarief toegepast.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Hoge Raad en concludeert dat het beroep kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.