ECLI:NL:RBZWB:2023:6181
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting en daarbij een kostenvergoeding gevorderd. Nadat de heffingsambtenaar tijdens de bezwaarprocedure alsnog proceskostenvergoeding had toegekend, trok belanghebbende het beroep in en verzocht om veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren, die instemde met het verzoek. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar geheel aan belanghebbende was tegemoetgekomen door de proceskostenvergoeding toe te kennen in de bezwaarfase.
De rechtbank wees het verzoek toe en legde de vergoeding vast op €357,25, bestaande uit een bedrag voor de bezwaar- en beroepsfase, met toepassing van factoren vanwege het lichte gewicht van de zaak. Tevens werd de heffingsambtenaar verplicht het griffierecht van €50,- te vergoeden en wettelijke rente toe te kennen indien betaling niet binnen vier weken plaatsvindt.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 13 september 2023, zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van €357,25 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.