ECLI:NL:RBZWB:2023:6182
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en het daarbij behorende besluit waarin bezwaar ongegrond werd verklaard en proceskostenvergoeding werd afgewezen. Na mededeling van de heffingsambtenaar dat de naheffingsaanslag was vernietigd, trok belanghebbende het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank beoordeelde dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende was tegemoetgekomen door de vernietiging van de aanslag, waardoor toekenning van proceskostenvergoeding passend was. De vergoeding werd berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor bezwaar en beroep een factor 0,50 werd toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak.
Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De rechtbank bepaalde dat wettelijke rente verschuldigd is indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 13 september 2023.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van €566,50 aan proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.