ECLI:NL:RBZWB:2023:6183
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting en verzocht om een kostenvergoeding. Het beroep is ingetrokken nadat de heffingsambtenaar op 1 mei 2023 heeft medegedeeld dat alsnog een kostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend moet worden.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren en bevestigde dat er aanleiding is voor een proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar geheel aan belanghebbende is tegemoetgekomen, waardoor toekenning van proceskosten passend is.
De vergoeding is berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de bezwaar- en beroepsfase vaste bedragen per proceshandeling zijn toegepast met factoren voor het lichte gewicht van de zaak. De totale vergoeding bedraagt €357,25 inclusief griffierecht. Daarnaast is wettelijke rente toegekend indien betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt.
Uitkomst: De heffingsambtenaar is veroordeeld tot betaling van €357,25 aan proceskosten aan belanghebbende.