ECLI:NL:RBZWB:2023:6184
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar trok dit beroep in nadat de heffingsambtenaar het besluit introk. De rechtbank beoordeelde het verzoek van belanghebbende om proceskostenvergoeding vanwege deze intrekking.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende was tegemoetgekomen door de naheffingsaanslag te vernietigen. Op grond hiervan was toewijzing van het verzoek om proceskostenveroordeling passend.
De vergoeding werd berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij proceshandelingen in bezwaar en beroep werden gewaardeerd en een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €50.
De rechtbank bepaalde dat wettelijke rente verschuldigd is indien de vergoeding en/of griffierecht niet binnen vier weken na uitspraak worden betaald. De uitspraak werd gedaan door rechter Bastiaansen en is openbaar gemaakt op 13 september 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €714,50 aan proceskosten en wijst op vergoeding van het griffierecht en wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.