ECLI:NL:RBZWB:2023:6186
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda waarin een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Nadat de heffingsambtenaar op 1 mei 2023 mededeelde dat alsnog een kostenvergoeding toegekend moest worden voor de bezwaarfase, trok belanghebbende het beroep in en verzocht om een proceskostenveroordeling van de heffingsambtenaar.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren en concludeerde dat de heffingsambtenaar inderdaad aan belanghebbende is tegemoetgekomen. Op grond hiervan wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legt de heffingsambtenaar een vergoeding van € 357,25 op, inclusief vergoeding voor het griffierecht.
De vergoeding is berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de bezwaarfase een factor 0,50 en voor de beroepsfase een factor 0,25 op de standaardtarieven zijn toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak. Tevens is bepaald dat wettelijke rente verschuldigd is indien de betaling niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvindt.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van € 357,25 aan proceskosten aan belanghebbende.