ECLI:NL:RBZWB:2023:6190
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda waarin een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Nadat de heffingsambtenaar tijdens de bezwaarfase alsnog aangaf dat een kostenvergoeding toegekend moest worden, trok belanghebbende zijn beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren en concludeerde dat deze inderdaad geheel aan het beroep van belanghebbende was tegemoetgekomen. Daarom was toekenning van proceskosten passend.
De rechtbank berekende de vergoeding op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de bezwaarfase een factor 0,50 werd toegepast vanwege het lichte gewicht van de zaak en voor de beroepsfase een factor 0,25 vanwege de eenvoud en geringe werkbelasting. Daarnaast is de heffingsambtenaar verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Verder besliste de rechtbank dat wettelijke rente verschuldigd is indien de vergoeding en/of griffierecht niet binnen vier weken na uitspraak wordt betaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 september 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €357,25 aan proceskosten aan belanghebbende.