ECLI:NL:RBZWB:2023:6191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen een besluit van de heffingsambtenaar waarin een verzoek om kostenvergoeding werd afgewezen bij een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het beroep werd ingetrokken nadat de heffingsambtenaar op 21 maart 2023 mededeelde dat er alsnog proceskosten toegekend moesten worden voor de bezwaarfase.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot proceskostenveroordeling en concludeerde dat de heffingsambtenaar geheel aan belanghebbende was tegemoetgekomen door alsnog een kostenvergoeding toe te kennen. Op grond daarvan wees de rechtbank het verzoek toe en veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van proceskosten.
De vergoeding werd berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij voor de bezwaar- en beroepsfase een vaste vergoeding per proceshandeling werd toegekend, met toepassing van factoren vanwege het lichte gewicht van de zaak. Daarnaast werd de heffingsambtenaar verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Tot slot bepaalde de rechtbank dat wettelijke rente verschuldigd is indien de vergoedingen niet binnen vier weken na de uitspraak worden betaald. De uitspraak werd gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 13 september 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van €505,25 aan proceskosten aan belanghebbende.